De CAO Woondiensten bevat afspraken over de arbeidsvoorwaarden binnen de woningcorporatiesector. Een van deze afspraken gaat over vakantie-uren en vakantietoeslag.
Hier lees je hoe vakantie-uren worden opgebouwd en opgenomen en hoe de vakantietoeslag is geregeld voor werknemers in de sector.
Vakantietoeslag – kaderbepaling
De werknemer ontvangt een brutovakantietoeslag van 8% van het jaarsalaris. De grondslag voor de bruto vakantietoeslag is (zijn) het (de) voor de werknemer geldende maandsalaris(sen) over de periode van uitbetaling. De werkgever kan in overeenstemming met de ondernemingsraad afspreken op welke wijze en op welk moment de vakantietoeslag wordt uitgekeerd.
Vakantietoeslag – vangnetbepaling
De werknemer ontvangt een brutovakantietoeslag over het kalenderjaar van 8% van het jaarsalaris. In mei betaalt de werkgever de voorlopige brutovakantietoeslag uit. De toeslag wordt berekend over het jaarsalaris van de werknemer in mei. Onder het jaarsalaris wordt verstaan twaalfmaal het voor de werknemer geldende schaalbedrag in mei. Indien de werknemer op of na 1 juni in dienst treedt, geldt voor de berekening van de vakantietoeslag het jaarsalaris dat hem bij de indiensttreding wordt toegekend.
In december (of bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de loop van het jaar) wordt de brutovakantietoeslag definitief vastgesteld. De nog verschuldigde vakantietoeslag wordt nabetaald of de te veel uitbetaalde vakantietoeslag wordt teruggevorderd wanneer in de loop van het jaar: – het dienstverband is beëindigd; – het fulltime of parttime percentage van de arbeidsduur is gewijzigd; – het salaris door promotie of degradatie is gewijzigd;
Het salaris in het tweede ziektejaar door ziekte of door succesvolle re-integratie is gewijzigd. De vakantietoeslag wordt niet herberekend voor CAO-loonsverhogingen na mei.
Als de arbeidsovereenkomst minder dan een volledig kalenderjaar heeft geduurd, wordt de brutovakantietoeslag naar evenredigheid berekend over het aantal maanden dat de werknemer in dienst is geweest.
Vakantietoeslag arbeidsongeschikten
Bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of een ongeval blijft het recht op vakantietoeslag gehandhaafd, zolang een werknemer volgens artikel 5.3 CAO een uitkering ontvangt volgens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en/of de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten, die door de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties wordt aangevuld. Volgens deze wetten en eventueel de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen van artikel 5.3 CAO krijgt de werknemer een brutovakantietoeslag. De brutovakantietoeslag wordt echter in mindering gebracht op een van de omschreven rechten uit artikel 7.8 of 7.9 CAO. Als het dienstverband op een later tijdstip is ingegaan dan 1 januari, vindt de verrekening naar evenredigheid plaats. CAO Woondiensten 2024-2025 36
Als een werknemer een uitkering ontvangt, volgens de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen die door de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties wordt aangevuld, volgens artikel 5.2 CAO, ontvangt een arbeidsongeschikte van de werkgever gedurende 3 jaar een brutoaanvulling op de uitkering van 427 euro per jaar. Deze aanvulling wordt verrekend naar evenredigheid bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en als de uitkering op een later tijdstip dan 1 januari ingaat.
Vakantieuren
Een werknemer met een 36-urige werkweek heeft per kalenderjaar recht op 189,8 vakantieuren. De vakantie-uren zijn als volgt opgebouwd: – 144 wettelijke vakantie-uren; – 45,8 bovenwettelijke vakantie-uren;
Werknemers die zijn ingedeeld in de salarisgroepen K tot en met O hebben recht op 28,8 extra bovenwettelijke vakantie-uren, omdat zij geen recht hebben op de vergoeding voor overwerk en de toeslag voor werken buiten de normale werktijden van de artikelen 3.5 en 3.6 CAO. Bovenwettelijke uren kunnen op verzoek van de werknemer en met instemming van de werkgever worden uitbetaald.
Overgangsregeling bovenwettelijke vakantie-uren
In afwijking van artikel 7.1.1 CAO hebben werknemers die voor 1 januari 2012 in dienst zijn getreden bij een werkgever zoals bedoeld in artikel 1.3.1 CAO en die sinds 2012 50 jaar of ouder zijn, recht op de volgende uren:
Opbouwen vakantie
Werknemers die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn bouwen volledig wettelijke vakantie-uren op. Bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, bouwt de werknemer de eerste 26 weken volledig bovenwettelijke uren op. Na 26 weken arbeidsongeschiktheid bouwt de werknemer alleen bovenwettelijke vuren op over de uren dat werknemer arbeidsgeschikt is. De vakantieopbouw wordt niet onderbroken gedurende de tijd waarin de afgesproken arbeid niet:
Kan worden verricht, omdat de werknemer onderricht volgt waartoe hij door de werkgever in het kader van een leerovereenkomst in de gelegenheid wordt gesteld.
Kan worden verricht buiten de schuld van de werknemer, om een andere reden dan bovengenoemd en anders dan door ziekte, zonder verbreking van het dienstverband.
Opnemen vakantie
Werknemers mogen zelf bepalen in welke volgorde hun wettelijke, bovenwettelijke en/of resterende vakantie-uren worden afgeschreven. Werkgever en werknemer streven ernaar dat de werknemer de wettelijke uren opneemt in het jaar waarin zij zijn opgebouwd. Het opnemen van bovenwettelijke uren gebeurt bij arbeidsongeschikte werknemers de eerste 26 weken volledig. Het opnemen van bovenwettelijke uren gebeurt bij arbeidsongeschikte werknemers na 26 weken naar rato van het aantal uren dat werknemer arbeidsgeschikt is.
Collectieve vakantie
De werkgever kan na overleg met de ondernemingsraad of de werknemers maximaal 3 dagen aanwijzen als verplichte collectieve vakantie. De verplichte collectieve vakantiedagen worden uiterlijk in januari van het betreffende kalenderjaar vastgesteld en bekendgemaakt. Artikel 7.6 Verrekening bij einde dienstverband. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst worden de vakantie-uren die te veel zijn opgenomen of niet zijn opgenomen, verrekend met het salaris, tenzij werkgever en werknemer hierover schriftelijk andere afspraken hebben gemaakt.