Arbeidsongeschiktheid volgens de WIA

Tijdens arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA heeft de arbeidsongeschikte werknemer
recht op een aanvullend pensioen (het WIA-pluspensioen). Voor de werknemer die onder
het SPW Flexpensioenreglement valt, geldt het WIA-pluspensioen tot de eerste dag van
de maand waarin de 68-jarige leeftijd wordt bereikt dan wel de eerdere eerste dag van de
maand waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Het WIA-pluspensioen bedraagt
(bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%) 5% van het brutoloon vóór intreding
van de ziekte, een en ander volgens de bepalingen van de pensioenreglementen van SPW.
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (tussen 35 en 80%) wordt deze uitkering evenredig
verlaagd op basis van de geldende arbeidsongeschiktheidsklasse.

Tijdens arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA heeft de arbeidsongeschikte werknemer
recht op een aanvullend pensioen (het WIA-excedentpensioen). Voor de werknemer die onder het SPW Flexpensioenreglement valt, geldt het WIA-excedentpensioen tot de eerste dag van de maand waarin de 68-jarige leeftijd wordt bereikt dan wel de eerdere eerste dag van de maand waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Het WIA-excedentpensioen bedraagt maximaal 75% van het brutoloon vóór intreding van de ziekte boven het maximum dagloon, een en ander volgens de bepalingen van de pensioenreglementen van SPW.

Een volgens de WIA gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer heeft, na afloop van de
loongerelateerde uitkering, als hij daarna een vervolguitkering ontvangt in plaats van de
loonaanvulling uit de WGA (werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten), recht op een
aanvulling. Voor de werknemer die onder het SPW Flexpensioenreglement valt, geldt de
aanvulling tot de eerste dag van de maand waarin de 68-jarige leeftijd wordt bereikt dan
wel de eerdere eerste dag van de maand waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.
Er is dan sprake van een WGA-hiaat. Deze aanvulling tot genoemde leeftijden is ook van
toepassing op werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn volgens de WIA en direct
een WGA-vervolguitkering ontvangen.

KCC-medewerkers in overleg

Arbeidsongeschiktheid volgens de WAO

Een (ex-)werknemer jonger dan 60 jaar heeft recht op een eindejaarsuitkering, volgens de
bepalingen van de statuten en het pensioenreglement van SPW, als:

  • op 1 oktober van enig jaar de maximale uitkeringstermijn van het AP
    (arbeidsongeschiktheidspensioen tijdens de eerste 3 jaar van arbeidsongeschiktheid in de
    zin van de WAO) is verstreken, of;
  • op 1 januari 1995 het derde WAO-jaar is verstreken.

De hoogte van de eindejaarsuitkering is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid
op 1 oktober van het betreffende jaar. De eindejaarsuitkering bedraagt bij volledige arbeidsongeschiktheid 542 euro bruto. Een gedeeltelijk arbeidsongeschikte (ex-)werknemer krijgt deze uitkering naar rato.

De werknemer die na 25 januari 1994 recht krijgt op een WAO-uitkering, heeft recht op een
aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen (AAP), volgens de bepalingen van de statuten en het pensioenreglement van SPW. Dit AAP repareert het WAO-gat dat ontstaat bij de overgang van een WAO-loondervingsuitkering naar een WAO-vervolguitkering.

De werknemer die recht krijgt op een WAO-uitkering, met een salaris hoger dan het maximum WAO-dagloon, heeft recht op een aanvullend invaliditeitspensioen (IP), volgens de bepalingen van de statuten en het pensioenreglement van SPW.

Voor meer informatie kun je terecht op de website van CAO woondiensten 2025 – 2027

Lees hier het laatste nieuws en ontwikkelingen.